Woordenboek
Heup woordenboek
Korte, neutrale definities van veelgebruikte termen rond heuppijn, diagnose en behandeling. Bedoeld als naslagwerk, niet als vervanging van een consultatie.
- Acetabulum
- De heupkom: het komvormige deel van het bekken waarin de heupkop draait.
- Adductoren
- Spiergroep aan de binnenzijde van het bovenbeen die het been naar de middellijn beweegt; vaak betrokken bij liespijn.
- Artroscopie
- Kijkoperatie via kleine sneetjes waarbij een camera in het gewricht wordt gebracht; bij de heup gebruikt voor FAI, labrumscheuren en losse lichaampjes.
- Avasculaire necrose (AVN)
- Afsterven van bot in de heupkop door verstoorde bloedtoevoer; vroegtijdige diagnose is cruciaal om het gewricht te behouden.
- Coxartrose
- Medische term voor heupartrose: slijtage van het kraakbeen in het heupgewricht.
- EDA (Extended Direct Anterior)
- Spiersparende voorste benadering waarmee het European Hip Center totale heupprotheses plaatst; vermijdt het doorsnijden van bilspieren.
- FAI (Femoro-acetabulair impingement)
- Botsing tussen heupkop en heupkom door een afwijkende vorm; geeft liespijn bij diepe buiging, draaien of lang zitten.
- Gluteus medius
- Zijdelingse bilspier die het bekken stabiliseert tijdens stappen; zwakte geeft een waggelend looppatroon (Trendelenburg).
- HipCloud
- Digitaal communicatieplatform van het European Hip Center voor uitleg, oefeningen en opvolging rond uw zorgtraject.
- Iliopsoas
- Diepe heupbuigerspier die loopt van de lage rug naar het bovenbeen; kan klikken of pijn doen, ook na een heupprothese.
- Labrum
- Kraakbeenring rond de heupkom die de heup stabiliseert en afdicht; een scheur geeft klikken, klemmen en liespijn.
- LCE-hoek
- Radiologische hoek die meet hoe goed de heupkop bedekt wordt door de heupkom; een lage LCE-hoek wijst op dysplasie.
- One-Day-Hip
- Protocol uitsluitend voor totale heupprothese waarbij geschikte patiënten op de dag van de ingreep naar huis gaan; geschiktheid wordt individueel beoordeeld.
- PAO (Peri-acetabulaire osteotomie)
- Gewrichtssparende ingreep bij heupdysplasie waarbij de heupkom losgemaakt en heroriënteerd wordt voor betere bedekking van de heupkop.
- PLAC-letsel
- PLAC betekent Pyramidalis - Ligamentum anterior pubic - Adductor Longus Complex en is het spier- en peescomplex van de buikspieren, adductoren en ligamenten rond het schaambeen.
- Tendinopathie
- Verzamelterm voor peespijn door overbelasting of degeneratie; reageert meestal op aangepaste belasting en gerichte oefentherapie.
- Totale heupprothese
- Volledige vervanging van het versleten heupgewricht door een kunstgewricht; bij het European Hip Center via de spiersparende EDA-techniek.
- Trendelenburg
- Waggelend looppatroon door zwakte of letsel van de gluteus medius, waarbij het bekken aan de niet-belaste zijde wegzakt.
- Trochanter major
- Botvormige uitstulping aan de buitenzijde van het bovenbeen waar bilspieren aanhechten; vaak pijnlijk bij gluteale tendinopathie.
- Revisie
- Herstel of vervanging van een (deels) versleten, losgekomen of geïnfecteerde heupprothese; vaak wordt enkel het defecte onderdeel vervangen.
Een term niet gevonden?
Onze artsen leggen alles persoonlijk uit tijdens een consultatie en bespreken samen met u wat uw klachten betekenen.
Maak een afspraak