European Hip Center

    Woordenboek

    Heup woordenboek

    Korte, neutrale definities van veelgebruikte termen rond heuppijn, diagnose en behandeling. Bedoeld als naslagwerk, niet als vervanging van een consultatie.

    Acetabulum
    De heupkom: het komvormige deel van het bekken waarin de heupkop draait.
    Adductoren
    Spiergroep aan de binnenzijde van het bovenbeen die het been naar de middellijn beweegt; vaak betrokken bij liespijn.
    Artroscopie
    Kijkoperatie via kleine sneetjes waarbij een camera in het gewricht wordt gebracht; bij de heup gebruikt voor FAI, labrumscheuren en losse lichaampjes.
    Avasculaire necrose (AVN)
    Afsterven van bot in de heupkop door verstoorde bloedtoevoer; vroegtijdige diagnose is cruciaal om het gewricht te behouden.
    Coxartrose
    Medische term voor heupartrose: slijtage van het kraakbeen in het heupgewricht.
    EDA (Extended Direct Anterior)
    Spiersparende voorste benadering waarmee het European Hip Center totale heupprotheses plaatst; vermijdt het doorsnijden van bilspieren.
    FAI (Femoro-acetabulair impingement)
    Botsing tussen heupkop en heupkom door een afwijkende vorm; geeft liespijn bij diepe buiging, draaien of lang zitten.
    Gluteus medius
    Zijdelingse bilspier die het bekken stabiliseert tijdens stappen; zwakte geeft een waggelend looppatroon (Trendelenburg).
    HipCloud
    Digitaal communicatieplatform van het European Hip Center voor uitleg, oefeningen en opvolging rond uw zorgtraject.
    Iliopsoas
    Diepe heupbuigerspier die loopt van de lage rug naar het bovenbeen; kan klikken of pijn doen, ook na een heupprothese.
    Labrum
    Kraakbeenring rond de heupkom die de heup stabiliseert en afdicht; een scheur geeft klikken, klemmen en liespijn.
    LCE-hoek
    Radiologische hoek die meet hoe goed de heupkop bedekt wordt door de heupkom; een lage LCE-hoek wijst op dysplasie.
    One-Day-Hip
    Protocol uitsluitend voor totale heupprothese waarbij geschikte patiënten op de dag van de ingreep naar huis gaan; geschiktheid wordt individueel beoordeeld.
    PAO (Peri-acetabulaire osteotomie)
    Gewrichtssparende ingreep bij heupdysplasie waarbij de heupkom losgemaakt en heroriënteerd wordt voor betere bedekking van de heupkop.
    PLAC-letsel
    PLAC betekent Pyramidalis - Ligamentum anterior pubic - Adductor Longus Complex en is het spier- en peescomplex van de buikspieren, adductoren en ligamenten rond het schaambeen.
    Tendinopathie
    Verzamelterm voor peespijn door overbelasting of degeneratie; reageert meestal op aangepaste belasting en gerichte oefentherapie.
    Totale heupprothese
    Volledige vervanging van het versleten heupgewricht door een kunstgewricht; bij het European Hip Center via de spiersparende EDA-techniek.
    Trendelenburg
    Waggelend looppatroon door zwakte of letsel van de gluteus medius, waarbij het bekken aan de niet-belaste zijde wegzakt.
    Trochanter major
    Botvormige uitstulping aan de buitenzijde van het bovenbeen waar bilspieren aanhechten; vaak pijnlijk bij gluteale tendinopathie.
    Revisie
    Herstel of vervanging van een (deels) versleten, losgekomen of geïnfecteerde heupprothese; vaak wordt enkel het defecte onderdeel vervangen.

    Een term niet gevonden?

    Onze artsen leggen alles persoonlijk uit tijdens een consultatie en bespreken samen met u wat uw klachten betekenen.

    Maak een afspraak